Overgave

In onderstaand essay wordt op een persoonlijke manier naar de behoefte aan gehoorzaamheid en dienstbaarheid gekeken. De ‘ik’ in dit verhaal is een onderdanige man die zijn eigen vermogen tot overgave aan een dominante vrouw onderzoekt.


Al sinds mijn jeugd ben ik me bewust van mijn fascinatie voor onderworpenheid. Ik herinner me een stripverhaal waarin een jongetje werd gekidnapt, in een dwangbuis gevangen werd gehouden en aan een reeks onaangename en vernederende behandelingen werd onderworpen. Wekenlang heb ik naar die passages in dat boek gekeken en elke keer voelde ik een sterke opwinding in mijn lichaam. Diep in mij huisde een verlangen naar zulke ervaringen, merkte ik.

Gedurende mijn volwassen leven heb ik die gevoelens intensief onderzocht. Ik heb veel gelezen, geëxperimenteerd met dominante vrouwen, en over mijn eigen reacties nagedacht. Naarmate ik ouder werd, werd me één ding heel duidelijk: vrijwillige overgave aan een ander mens is ongelooflijk moeilijk.

Ik ben een man met een sterke wil en sterke overtuigingen. In het dagelijks leven, in de dagelijkse omgang met mensen, ben ik over het algemeen redelijk en sociaal, maar diep van binnen zit een krachtig ego – geen ego dat zich voortdurend wil laten gelden maar wel een ego dat de belangrijke zaken in mijn leven onder controle wil houden.

Ik ben als mens echter niet identiek aan mijn ego. Ik ben me zeer bewust van andere – diepere – lagen in mezelf. In die diepe regionen van mijn psyché huist ook mijn sterke verlangen naar onderwerping, een mengsel van gehoorzaamheid en dienstbaarheid. Dat verlangen is niet op een verstandelijke manier te beschrijven of verklaren. Het is een instinct, een ondergrondse magnetische kracht. Ik verlang naar overgave.

In het krachtenveld tussen ego en overgave ligt voor mij de moeilijkheid. Vaak gaan deze twee kanten van mezelf met elkaar in strijd. Als ik die strijd als een toeschouwer bekijk, en als ik zo eerlijk mogelijk tegen mezelf ben, dan hoop ik dat de overgave wint. Dat verlangen lijkt het diepst te liggen, het lijkt ook op de meest wezenlijke manier bij me te horen. Uit ervaring weet ik echter dat de overgave lang niet altijd als winnaar uit de strijd komt.

Misschien moet ik erkennen dat ik mijn overgave niet met mijn wil kan oproepen. Daarin ligt de paradox: ik wil mijn wil loslaten, en ik word soms gehinderd door de wil van mijn ego om zich staande te houden.

Misschien moet ik ook ruiterlijk erkennen dat ik in mijn streven naar overgave hulp nodig heb. Hierbij denk ik onmiddellijk aan een dominante vrouw die me in de richting van overgave kan begeleiden, die mijn innerlijke strijd kent, begrijpt en aanvoelt. Als zo’n vrouw op bepaalde momenten mijn ego op zijn nummer zou zetten, en daardoor in mij meer ruimte voor overgave zou scheppen, dan zou ik haar dominantie met grote dankbaarheid beantwoorden – en met gehoorzaamheid en dienstbaarheid, en ja…, met overgave. Dat weet ik omdat ik dat heb ervaren.

Uiteindelijk zie ik in overgave – die zich uitdrukt in gehoorzaamheid en dienstbaarheid aan een vrouw – een ultieme zelfverwerkelijking, wat op zich ook weer een vreemde paradox is. Maar ja, niemand heeft ons ooit beloofd dat het leven begrijpelijk zou zijn. Gelukkig maar!